|
HOOFSTUK
1
Bonjour madame. Gebukt onder
zware rugzakken liepen twee jongens hijgend voorbij. Francien zit aan het pad van de Gr 10, de
Grande Randonnée, de wandelroute die dwars door Frankrijk loopt. Ze ziet
zichzelf even door de ogen van de jongens. Een oude vrouw met een strooien
hoed, een geruite blouse in overhemdmodel en een lange, korte broek zittend
op een steen met allerlei teken attributen om zich heen. Francien
kijkt omlaag naar haar bruine benen. Nog best gespierd, alleen de huid is
wat droog en rimpelig en vertoont ouderdomsvlekken. Haar voeten steken in
parmantige rode wollen sokken en bergschoenen met stevige profielen. Het
zijn beste benen en voeten, ze hebben haar naar menig bergtop gedragen.
Francien is haar hele leven dol op bergen geweest, alhoewel ze in het
vlakke Nederland is geboren. In de bergen voelt zij zich pas echt thuis.
La vie sexuelle de ...., het
seksuele leven van... dat zinnetje blijft door haar hoofd spelen sinds
ze vanmorgen die boektitel las in de winkel waar ze haar krantje kocht. Behalve
de krant had ze wat ansichtkaarten uitgezocht en even rond gekeken in de
winkel; toen had ze dat boek zien liggen. Ze had het niet eens opgepakt en
wist ook niet meer om wiens leven het ging, alleen dat zinnetje bleef maar
hangen.
Nu zit ze op een bergweide
in de Pyreneeën. Op de top van de wereld, dacht ze inwendig grinnikend. Had
ze in ieder geval toch een top bereikt. Ze kijkt over de weide en geniet
van de bloemenweelde. Ze ziet talloze zeldzame planten die hier helemaal
niet zeldzaam lijken en groeien als onkruid. Wilde orchideeën en
alpenroosjes. Tussen de rode klaver ontdekte ze vrouwenmantel. Ze denkt aan
haar vroegere tuin waar de vrouwenmantel het dik won van het onkruid.
Fantastisch spul, met de mantel der liefde werd alles bedekt. Vrouwen zijn
sterk bedenkt Francien, net als vrouwenmantel, ze overleven alles en ze
bedekken veel met mantel der liefde. Ze kijkt naar het blad van de
plant dat fungeert als kommetje voor de dauwdruppels. In de zon glinsteren
de druppels op de bladeren als diamanten. In de hete zon zijn het kostbare
druppels vocht, waaraan insecten zich laven.
Net zoals vrouwen altijd
blijven zorgen, dacht ze peinzend. Altijd zorgen voor kinderen, mannen,
familie en vrienden. Ze denkt aan haar eigen vriendinnenclub die door de
jaren heen steeds hechter geworden was.
Francien denkt terug aan Bett met wie ze samen de vrouwenmantel had
geplant. De hele tuin hadden ze zelf ontworpen en aangelegd.
Negentien jaar lang zijn ze gelukkig geweest in die tuin. La vie
sexuelle ...., hoe lang was het niet geleden dat ze gevrijd had? Het was nu
5 jaar geleden bijna op de dag af. Op haar 65e verjaardag op 7 september.
Toen was ze gegaan, Bett, na
19 jaren lief en leed te hebben gedeeld. Gewoon gegaan en nu leeft ze al
vijf jaren als een non. Nou ja niet helemaal, ze noemt zichzelf
monoseksueel en vrijt met zichzelf. Oh, oh, oh, als haar moeder dit
wist denkt ze ondeugend. Ze is opgevoed met Victoriaanse hand. Dat betekent
dat als je jeuk in je kruis had dan werd je hand weggeslagen met de woorden:
"niet doen vies kind". In bad kreeg ze een soort hemd aan met een
koord rond de hals. Zo kon je jezelf niet zien en moest je je op de tast
onder het hemd wassen. "Meisje zit met je knieën bij elkaar", zei
moeder vaak. Lang had Francien niet begrepen waarom ze op haar rug met haar
handen boven de dekens moest slapen. Zodra moeder haar had ingestopt en de
deur had dichtgetrokken ging ze op haar buik liggen. Met een schuldgevoel
stopte ze dan haar handen tussen haar dijen, want dat was nu eenmaal haar
slaaphouding. Het had haar jaren gekost om over de aangeleerde gêne voor
haar eigen lichaam heen te komen en onbezorgd te kunnen vrijen. Dat was
eigenlijk pas gekomen toen ze had gekozen voor een lesbisch leven.
Babette had haar verlaten op
haar 65e verjaardag, een geweldige dramatische timing; daar was ze erg goed
in. Bett wilde ze genoemd worden. Ze was 8 jaar jonger dan Francien. Op
haar 57e had ze gebruik gemaakt van een regeling om vervroegd uit te
treden. Ze was lerares en in het onderwijs waren er speciale mogelijkheden.
Francien en Bett hadden plannen gemaakt om in Frankrijk een huisje te kopen
ergens in een gebied met bergen en een warmer klimaat. Na de pensionering
van Francien zouden ze zich daar gaan vestigen. Na haar laatste schooldag
was Bett enorm veranderd. Ze kon haar draai niet vinden, wist met haar tijd
geen raad en zat maar thuis te kniezen. Francien had geprobeerd haar op te
vangen. Ze had leuke dingen bedacht, gezellige uitjes georganiseerd, mensen
te logeren gevraagd maar niets hielp echt.
Toen was Bett's vader
plotseling overleden. Hij was 87 dus hij had wel de leeftijd maar Bett hing
vreselijk aan haar vader. Haar moeder was jong gestorven en haar enige
broer was als kind verdronken. Pa en Bett hadden zich aan elkaar
vastgeklampt. Nu was pa Rademaker een fantastisch mens geweest. Een
prachtige statige man met een grote snor en een bulderende lach. Gezellig,
zeer intelligent en met een bijzonder gevoel voor humor. Hij was echter
grootgebracht met standvastigheid in het vaandel en hield zich daar zijn
hele leven aan vast, als ware het een anker. Hij leek een brok graniet,
maar was eigenlijk een zandtaartje. Bang hulpeloos en gevoelig, maar die
kant van zichzelf liet hij nooit zien. Francien had hem vanaf het begin
doorgehad en kon op de een of andere manier door zijn façade heen kijken.
Ze had goed met hem op kunnen schieten en had veel van de man gehouden.
Babette zag alleen het
graniet, haar pa de rots in de branding. Jammer dat diezelfde rots haar
belemmerd had in haar groei en haar belet had volwassen te worden. Ze was
veel te veel beschermd en had daardoor niet geleerd tegenslagen te
verwerken. En nu was pa dood en Babette stortte volkomen in. Ze zat
maar voor zich uit te staren en liet zich volkomen gaan in haar
depressiviteit.
Francien was radeloos
geweest, ze kon niets doen om haar te helpen, behalve er gewoon voor haar
zijn. Het laatste jaar voor haar pensionering was haar daarom zeer zwaar
gevallen. In ieder geval was haar baan steeds moeilijker vol te houden
geweest. Ze was in het werk gerold, omdat er destijds niets anders te
krijgen was en ze toch geld moest verdienen na haar scheiding. Ze had bijna
20 jaar op de boekhouding van de koekjesfabriek gewerkt . Kantoorwerk waar
ze weliswaar geen hekel aan had maar waardoor haar creativiteit volkomen
was lamgelegd. Francien had die laatste jaren 's avonds gewoon geen fut
meer gehad om nog te schilderen. Daar kwam nog bij dat Bett een hekel had
gehad aan verflucht in huis. Dus om de lieve vrede was ze gaan
aquarelleren, maar dat lag haar eigenlijk niet zo.
Franciens gedachtegang wordt
onderbroken door een enorme libelle, geel met zwart en een dubbele rij
vleugels. Hij is wel 7 cm
lang en snort als een helikopter. Hij rust een hele poos uit op een blad
zodat zij hem heel goed kan bekijken. Snel maakt ze een schets en toen
begon hij weer te dansen over de bloemen. Hij schiet van links naar rechts
en dan loodrecht omhoog. Vergeleken met een vliegtuig of helikopter leken
het onmogelijke vliegbewegingen. Het leek meer op de beschrijvingen van
vliegende schotels.
Wat een ongelofelijk mooie
wereld hier. Geen mens te bekennen, alleen ik, denkt Francien intens
gelukkig, ik en de toppen van de Pyreneeën, de bloemen en plantenweelde, de
zeldzame vlinders en insecten en misschien nog een laatste bruine beer.
HOOFDSTUK 2
Ze staat op en daalt af naar
het snelstromende beekje. Ze zet zich op een platte steen aan de rand en
tuurt naar de overkant. De grote rotsblokken zien eruit als dieren.
Francien knijpt haar ogen tot spleetjes en ziet in de voorste steen een hondenkop.
Daarnaast is een muisje water aan het drinken met naast zich een ondeugende
apenkop die een toefje gras als punkhaar op zijn kop heeft staan. Ze lacht
zacht en begint te schetsen. Ze dikt de dierfiguren wat aan en geeft ze een
vrolijke uitspraak. "Als je al het water opdrinkt gooi ik je erin,
leek de apenkop te gillen. De sullige hond mijmert vaag "hier klopt
iets niet" . Tijdens het tekenen komt er spontaan een verhaaltje bij
Francien op. Ze schrijft het naast de tekening. Haar kleinkinderen weten al
dat ze tussen haar serieuze schetsen dit soort opwellingen heeft en ze
kijken altijd met verwachtingsvolle ogen naar haar schetsboek.
Terwijl ze de tekening afwerkt en de hond nog een wat sulliger laat kijken,
denkt ze aan Daan met haar honden. De sullige Newfoundlander en de
overactieve Mechelse herder. Hoe zou het gaan onderweg. Ze verheugt zich op
de komst van Daan. Diana wordt het liefst Daan genoemd en is een van de
vriendinnen die haar zo machtig gesteund hebben na het plotselinge
verdwijnen van Bett in september bijna 5 jaar geleden.
Die dag staat van minuut tot
minuut in haar geheugen gegrift, zo vaak heeft ze deze in gedachten
herbeleefd. Keer op keer is ze bij zichzelf nagegaan of ze echt geen
voortekenen heeft gezien. Bett is een paar weken voor Francien's 65e
verjaardag ontwaakt uit haar lethargie. Francien's verjaardag en haar
laatste werkdag vielen in dezelfde maand. Het leek Francien leuk haar
65e verjaardag en haar vrijheid te vieren, verlost van de werkverplichting.
Ze had meer vrijheid gekregen dan ze bedoeld had.
Als verrassing had Bett een
gigantisch feest georganiseerd. Ze had een zaal gehuurd in het hotel
Boslust, had een swingend bandje geregeld en een warm en koud buffet aan
laten rukken. Alle vriendinnen, kennissen, familie en collega's van
Francien waren uitgenodigd. Het was een fantastisch gezellig feest
geweest. De hele lesbische vriendinnenclub was gekomen en toen de meer
oppervlakkige kennissen rond twaalven aftaaiden feestten de intimi nog door
tot in de kleine uurtjes. Francien had genoten van alle aandacht. Ze had
gedanst tot ze niet meer kon en gelachen tot ze de hik kreeg. Bett had een
kamer gehuurd in het hotel, de bruidssuite. Francien had in een deuk
gelegen van het lachen. Het hele feest had toch wel een beetje van een
bruiloft gehad en toen nog die bruidssuite erbij.
Bett en zij hadden elkaar bemind in het ronde waterbed; een verrukkelijke
vrijpartij. Francien had een
intense emotie gevoeld en gedacht als ik nu sterf dan is dit het meest
fantastische einde dat ik me voor kan stellen. Het was wel een einde maar
dat wist ze toen nog niet. Doodmoe maar intens bevredigd waren ze in
elkaars armen in slaap gevallen.
De volgende morgen werd
Francien, met het feestgedruis nog in de oren en de geur van haar
geliefde in haar neus wakker. Ze kreunde bij de herinnering en opende haar
ogen. Ze lag alleen in bed. Op het kussen naast haar lag een envelop met
haar naam erop. Haar hart werd ijskoud toen ze hem oppakte.
De brief was kort.
"Als je dit leest ben ik weg. Ik weet zelf nog niet goed waarom.
Een ding wil ik dat je weet...er is geen andere vrouw. Ik hou van jou, meer
dan ik ooit van iemand zal houden, maar ik kan zo niet verder. Kom me niet
achterna, zoek me niet want dat wil ik niet.
Voor altijd je Bett.
PS 1 Misschien moet ik nog wel volwassen worden.
PS 2 Als je room service belt dan brengen ze je het Engelse ontbijt waar je
zo van houdt.
Nou dat moest ze dan maar
doen dacht Francien. Eten hielp altijd als ze zich rot voelde. Ze had vaak last
van vertraagde reactie en reageerde in eerste instantie meestal verstandelijk.
Perfect in noodsituaties maar lastig als de emoties later keihard
terugsloegen. Bett wist dit en had voor opvang gezorgd.
Het ontbijt werd gebracht en
in het kielzog van de ober volgden Lieve en Martijn. Twee van haar beste
vriendinnen. Perfect uitgekozen door Bett, allebei werkten ze in de verpleging.
Martijn zelfs in de psychische gezondheidszorg. Lieve met haar bijzondere
Belgische gevoel voor humor en haar nuchtere kijk op het leven. Toen ze
binnenkwamen voelde Francien een stuk jaloezie. Verdorie, Bett had hen wel
in haar complot betrokken. De fijngevoelige Lieve kon kennelijk gedachten
lezen, want voor ze groette zei ze "Schat wij weten het ook pas net.
We werden wakker en ontwaarden op de deurmat een briefke. Ik zei nog tegen
mijn zoeteke, dat is de rekening, Bett wil de kamer bij nader in zien toch
niet betalen. Een aantal vriendinnen die ver hadden moeten reizen om op het
feest te komen hadden op kosten van Bett mogen overnachten in het hotel.
Bett had geld genoeg, haar vader was een vermogend man en zij was de enige
erfgename. Waar Lieve op duidde was de krenterigheid van Bett. Dat mens was
zo zuinig, bij het absurde af en dat was natuurlijk bekend bij alle vriendinnen.
Rondjes geven deed ze bijvoorbeeld nooit. Iets dat voor een Belgische al
helemaal niet te begrijpen was.
Francien moest ondanks alles
lachen om de guitige kop van Lieve en het overbezorgde gezicht van Martijn
die afwachtte hoe de opmerkingen van Lieve zouden uitvallen. Wat hadden ze
haar gesteund en opgevangen die meiden. Samen met de rest van de
vriendinnen vormden ze een cirkel om Francien heen. Zoals een kudde koeien
die hun jong beschermen. Ze had dat pas later begrepen toen ze uit haar verdoving
ontwaakte. De eerste paar weken had ze met haar ziel onder haar arm in huis
rondgelopen. Toen had ze zichzelf gedwongen om weer te gaan schilderen. Al
haar emoties had ze op het doek gekwakt. Twintig doeken waarop woede
teleurstelling gekwetstheid en verdriet te zien zijn. Met uitzondering van
acht werkstukken waarop ze haar positieve gevoelens had geuit. Geluk,
geborgenheid en seksuele intensiteit. Twintig werkstukken die een relatie
weergaven die 19 jaar had geduurd.
HOOFDSTUK 3
Een deel van de serie
schilderijen wordt op dit moment geëxposeerd in Amsterdam in Galerie Pardout.
De expositie geeft een overzicht van haar werk. In de afgelopen jaren was
er opeens belangstelling ontstaan voor haar surrealistische manier van
schilderen. Nou ja opeens, dacht Francien, het was natuurlijk voornamelijk
te danken aan de inzet van Anouk. Anouk Visser runde de galerie en had heel
veel energie gestoken in het promoten van Franciens naam. Francien wilde
eigenlijk nooit werk verkopen. Haar schilderijen waren haar dierbaar en
vormden voor haar een stuk herinnering. Tijdens haar huwelijk was
schilderen de enige uitvluchtmogelijkheid geweest. Haar echtgenoot vond
het wel interessant staan tegenover zijn vrienden en zakenrelaties, een
kunstzinnige vrouw. Het gaf hem een vleugje ‘bon vivant’; de
echtgenoot van een schilderes. Maar hij had geen waardering voor haar
werk en noemde ze geringschattend verfstukjes. Eigenlijk wilde hij het
liefst alleen een huisvrouw en een moeder voor zijn kinderen.
Natuurlijk was ze getrouwd dacht Francien nijdig. Haar hele lesbisch leven
had ze die vraag van jonge lesbo's die er niets van begrepen moeten
beantwoorden. Jonge vrouwen opgevoed in een tijd van seksuele voorlichting
en openlijk levende homseksuele mannen en vrouwen. Zij konden zich niet
voorstellen dat het zo’n 50 jaar geleden nog zo heel anders was.
Homoseksualiteit bestond niet en eigenlijk bestond seksualiteit ook
niet. Toen Francien voor het eerst ongesteld werd en dacht dat ze doodbloedde
toen had haar moeder doodleuk gezegd dat ze nu een groot meisje was en nu
moest oppassen voor jongens. Nou ze paste wel op voor jongens, maar ze
begreep niet waarvoor. Van vriendinnen hoorde ze dat jongens iets hadden
wat meisjes niet hadden. Maar wat dat was, werd niet echt duidelijk.
Toen ze naar de middelbare school ging veranderde er opeens iets in het
sociale gebeuren. Er werd niet meer met de jongens samen gespeeld. De
jongens en de meisjes werden strikt gescheiden gehouden. Er was een
jongens hbs en een meisjes mms. De scholen lagen tegenover elkaar,
maar de pauzes begin- en eindtijden waren niet gelijk. Haar vriendinnen
kregen opeens giechelneigingen als er jongens in de buurt kwamen. Francien
voelde zich in die tijd erg alleen. Ze was anders, er was iets maar ze kon
het absoluut niet benoemen. Francien richtte zich op de aandacht die ze
kreeg van haar Franse lerares mademoiselle Jumot. Je mag met wel Bernadette
noemen had ze gezegd tijdens een van de bijlessen in conversatie Frans.
Franciens moeder was erg Frans georiënteerd en vond het niveau van de
school wat Frans betrof veel te laag. Francien kreeg daarom de laatste drie
jaar van de mms 2 uur per week bijles. Het liefst had haar moeder
haar naar een Franse internaten gestuurd, maar gelukkig had haar vader dat
voorkomen. Francien hing aan de lippen van Bernadette, niet vanwege
haar liefde voor de taal, maar uit genegenheid voor de juf. In de
Franse les spraken ze over allerlei onderwerpen. Na een poosje moedigde
Bernadette haar aan om ook over persoonlijke onderwerpen te praten. Ze
kregen een vertrouwensband en in de gesprekken kon Francien een
hoop van haar onzekere gevoelens kwijt. Ze kreeg er wijze levenslessen
voor terug. Het contact tussen de twee vrouwen was heel warm en intens
geweest. Maar helaas in tegenstelling tot de boeken van Violet Leduc
volkomen platonisch gebleven. Alleen de afscheidskus die zou Francien nooit
vergeten.
Na het diploma uitreiken had Bernadette haar meegenomen naar haar
leslokaal, waar ze uit haar kast een pakje haalde. Het was duidelijk een
feestelijk ingepakt boek. Licht blozend had juf Bernadette het pakje aan
Francien overhandigd en gezegd dat ze het thuis pas mocht openmaken. Ze had
erbij gezegd; “ik hoop dat je wat hebt aan dit boek en ik wens je
heel veel geluk in je verdere leven. Ik vond het heel fijn om jou als
leerling te hebben en ik hoop dat je de Franse taal altijd een warm hart
zult toedragen en dat je af en toe nog eens aan mij zult denken”.
Francien had geen woord uit kunnen brengen zo ontroerd was ze. Ze had
Bernadette vastgepakt en haar in een opwelling op de lippen gekust. Juf
Benadeel sloeg haar armen om haar leerlinge heen en trok haar een moment
dicht tegen zich aan. Ze beantwoorden de kus met zoveel tederheid en passie
dat Francien nog vlinders in haar buik als ze er na al die jaren aan terug
dacht. Toen ze thuisgekomen het pakje openmaakte bleek het een boek te
bevatten van Violet Leduc, Theresa en Isabelle. Het boek vertelde over een
geheime liefde tussen twee kostschoolmeisjes en Francien las het verhaal
met rode oortjes. Toen pas begreep ze dat haar gevoelens voor mademoiselle
Bernadette verliefdheid kon noemen.
Tijdens haar middelbare
schooltijd wilde Francien absoluut niet uit de toon vallen. Ze voelde zich
anders maar wilde gewoon zijn en erbij horen. Ze probeerde mee te doen met
haar vriendinnen in hun gezwijmel over jongens en deed net of ze een oogje
had op Kareltje Baalmans. Kareltje had zijn haar heel kort geknipt in
stekeltjes. Hij was haar buurjongen en ze hadden al in de box samen
gespeeld. Kareltje was intussen uitgegroeid tot Karel een lange tengere
jongen met een innemende glimlach. Hij had prachtige helblauwe ogen met
lange donkere wimpers, wimpers waarop Francien al haar hele leven jaloers
op was. Nee, ze was niet met Karel getrouwd. Karel was nooit getrouwd en
woonde al veertig jaar samen met Emile. Nee, Francien was aan Jacob blijven
hangen. Jacob ontmoette ze op het debutantenbal. Haar moeder had
maandenlang gezeurd over dat bal. Dat het een voorrecht was om er heen te
mogen en dat het zo'n mooie gelegenheid was om geïntroduceerd te worden in
het uitgaansleven. Dat het zo'n mooie kans was om gelijkgestemde jonge
mannen te ontmoeten en zo ging het maar door. Francien wist heel goed dat
de meisjes op het bal zo'n beetje uitgehuwelijkt werden aan de jongens van
stand. Want stel je voor dat je op een putjesschepper verliefd werd, dat
kon echt niet. Nee een huwelijk van geld met geld dat was het mooiste. Haar
moeder had het juist zo belangrijk gevonden voor haar dochter omdat
Francien zo'n een afkeer had van de rijkeluiskliek zoals zij dat noemde.
Haar moeder was blijven aandringen dat ze naar dat bal zou gaan.
Uiteindelijk was ze het zo zat geworden dat ze haar moeder toegeschreeuwd
had dat ze zelf maar moest gaan als ze het zo leuk vond. Zij, Francien had
er geen zin in om in zo'n poppenjurk met een kroontje op haar hoofd een
hele avond te dansen met een of andere jan doedel. Haar moeder was gaan
huilen en Francien was daar erg van geschrokken want ze had haar moeder nog
nooit zien huilen. Ze had vreselijke spijt van haar uitbarsting en om het
goed te maken had ze toegezegd. Moeder was volkomen opgeleefd. Het was 6
weken voor de datum van het bal. Er moest een baljurk komen. De naaister
werd ontboden en er werden diverse rollen gele stof gebracht. De keus viel
op een zachtgele voile en een iets feller gele satijn voor de onderjurk.
Moeder wist precies hoe de japon er uit moest zien. Een prinsessenlijn met
een hoge taillenaad en een wijd uitwaaierende rok. Ze kreeg witte satijnen
schoenen met een hakje en een bijpassend avondtasje. Ze mocht de diadeem
met de groene smaragden van haar grootmoeder dragen. Als finishing
touch kreeg de gele jurk een groene strik in de kleur van smaragd. Iedereen
riep oh, ah. Francien voelde zich net een boterbloem. Toch werd ze wel
enigszins aangestoken door de opwinding die haar grootmoeder en moeder
bevangen had. Ook de bewondering van pa en van haar broers liet haar niet
koud. Toen haar danspartner arriveerde met een witte orchidee als corsage
en zij zag dat zijn handen trilden toen hij haar de bloem overhandigde
sprong haar hart op. Jacob was zo verlegen dat ze de hele avond druk was
met het op gang houden van de conversatie en het voorkomen dat hij
blunderde. Als vanzelf was ze over hem gaan moederen, alsof het een
broertje was waarop ze moest letten.
HOOFDSTUK 4
Na het bal was Jacob
verliefd op Francien en hij besteedde twee jaar om haar het hof te maken.
Francien vond het wel prettig tegenover haar vriendinnen om ook een
vriendje te hebben. Ze zat nu nooit meer verlegen om een danspartner en ze
mocht van haar ouders opeens overal heen, tenminste zolang Jacob haar maar
begeleidde en ze niet alleen waren. Ze hadden wat afgefeest. Ze bezochten
theaters en cabarets en er waren altijd volop uitnodigingen voor
huispartijtjes, etentjes en muziekavondjes. Ze had zich er volledig
ingestort. Haar drukke sociale leven zorgde ervoor, dat ze niet voortdurend
aan Bernadette hoefde te denken. Op de rustige momenten woedde in haar een
heftige tweestrijd. Haar ene helft , haar gevoel wilde naar haar toe en de
andere helft de verstandelijke wist dat ze Bernadette is een onmogelijke
positie zou brengen. Gelukkig durfde ze ook niet echt toe te geven aan haar
gevoel, maar haar dromen waren heftig en intens. Menig morgen werd ze nat
van het zweet en doodmoe wakker.
Na twee jaar verkering wilde
Jacob zich gaan settelen. Hij was als jurist werkzaam bij een
advocatenkantoor en was de eerste moeilijke jaren doorgekomen. Van hun
vriendenclub verloofden het ene na het andere stel zich. Sommigen waren
zelfs al getrouwd. Ook de familie maakte steeds vaker toespelingen op een
komend huwelijk. Er was geen ontkomen aan. Jacob vroeg haar ten huwelijk en
Francien bedenktijd. Na een week van slapeloze nachten kwam ze tot een
verstandelijke beslissing. Ze had met Jacob een vriendschappelijke band
opgebouwd en ze had het slechter kunnen treffen. Hij hield van haar en zij
had respect voor hem. Hij had ook respect voor haar getoond want zijn
fysieke avances waren beperkt gebleven tot hand in hand lopen en een paar
keer een klein afscheidskusje. Francien dacht ik red het wel. Toch wilde ze
nog wat uitstel. Ze besprak met Jacob dat hij zich beter eerst helemaal aan
zijn advocatenopleiding zou kunnen wijden en daarna pas een gezin stichten.
Zo stelde ze het huwelijk nog een paar jaar uit. Wel waren ze officieel
verloofd. Haar ouders organiseerde een geweldig verlovingsfeest voor
familie en vrienden. Ze straalde want ze vond het wel spannend. Verloofd
zijn gaf ook een bepaalde status. Ze hoefde niet meer voortdurend
gechaperonneerd te worden en dat gaf haar een stuk vrijheid. Ze ging
regelmatig met vriendinnen theedrinken en winkelen. Alles voor de uitzet
natuurlijk wat een geweldig excuus bleek tegenover moeder. De bruiloft zelf
werd een feest waar nog jaren over gepraat werd. Vader maakte er een
zakelijke aangelegenheid van. Met het huwelijk van zijn dochter wilde hij
zijn naam stevig vestigen in de hogere kringen. De gastenlijst bestond uit
de hele High Society. Voor de bruidsjurk werd een speciale zijde
geïmporteerd en hij werd speciaal ontworpen. Francien’s moeder liep
maandenlang stralend maar gespannen als een veer rond. Enerzijds tobbend of
alles goed geregeld zou zijn en anderzijds opgetogen omdat zij als moeder
van de bruid de belangrijkste schakel was.
Francien dacht terug aan die tijd voor het huwelijk. Die periode was voor
haar een donkere tijd geweest, overschaduwd door twijfel. Ze wist het
moment nog dat ze besloot dat ze ermee door moest gaan omdat er anders
zoveel mensen teleurgesteld zouden worden. Maar voor het altaar toen op
haar jawoord werd gewacht, kon ze geen woord uitbrengen. Uiteindelijk had
ze maar geknikt. Iedereen had het toegeschreven aan de zenuwen, maar
niemand, helemaal niemand wist wat er in haar was omgegaan op dat moment.
Voor haar gevoel tekende ze haar eigen doodsvonnis. Haar hele wezen had
geschreeuwd dat het fout was wat ze deed.
Toch was het niet eens een
slecht huwelijk geweest. Ze lieten elkaar volkomen vrij, dat was de
afspraak. Zij baarde hem drie kinderen en hij nam een maîtresse.
In bed onderging zij haar huwelijkse plichten. Jacob kreeg het niet voor
elkaar om haar ervan te laten genieten, dus ze deed maar alsof. Daarmee was
hij tevreden. Na het tweede kind had Francien er genoeg van. Ze vond twee
kinderen prima en hoorde toevallig van de methode temperaturen. Zeker geen
waterdichte methode. En een die alleen goed werkt als de cyclus heel
regelmatig is. Dat bleek bij Francien niet het geval. Er kwam dus nog een
derde kind. Francien kreeg daarna heel vaak hoofdpijn, vooral ’s
avonds! Uiteindelijk begreep Jacob het en had hij zijn heil elders gezocht.
Tot zover mijn heteroseksuele leven, dacht Francien zonder weemoed.
In diezelfde tijd, vlak na
de geboorte van Kyra, haar jongste dochter had Francien tekenles genomen.
Ze had een uitlaatklep nodig voor haar opgekropte gevoel, maar wilde ook de
techniek goed onder de knie krijgen. Eerst nam ze les bij een oude
tekenleraar die haar de dingen bijbracht als vlakverdeling, leren kijken en
lichtval. Ook besteedde hij heel veel lessen aan perspectief. Ze leerde
veel maar het was saai. Toen de man plotseling overleed ging Francien op
zoek naar een nieuwe leraar. Via via kwam ze terecht bij Margot.
Francien staat op van de
steen bij de beek. Het wordt kil in de schaduw en als een kat zoekt ze naar
een zonniger plekje. Ze loopt voorzichtig door de bergweide en zet haar
voeten in de zware bergschoenen zorgvuldig neer. Ze heeft het gevoel dat ze
door een bloementuin loopt en vind het een afschuwelijk idee om argeloos
allerlei zeldzame plantjes te vertrappen. Een felgeel vlindertje landt op
haar blouse. Een van de tientallen vlindersoorten die hier rondvliegen.
In een oogopslag ontwaart ze al zeven verschillende soorten. Die kleine
blauwtjes strijken met zijn tienen tegelijk neer op een polletje mos en
lijken zo samen op een Kaaps viooltje. Slim van ze.
Bonjour, ze schrikt op uit haar gedachten door een menselijke stem. Weer
een wandelaar behangen met rugzak, tent, slaapzak en rammelende
potten en pannen passeert Francien puffend en zwetend. Dit pad is
onderdeel van de Grand Randonnée, wist Francien. Er komen regelmatig van
dit soort uitslovers langs. Francien zelf heeft diverse stukken van het
traject gelopen en ze weet dat vooral dit stuk van het zware parcours zeer
de moeite waard is door de prachtige en unieke uitzichten. Ze groet
glimlachend terug. De brede glimlach die de herinneringen aan Margot heeft
opgeroepen. Margootje, Margootje mijn kleine cupidootje zong ze zachtjes
naar het liedje van Wim Sonneveld.
Margot is een mooie vrouw,
bruisend en intens levend. Heel direct in haar benadering en oprecht in
haar verbazing over anderen. Ze had destijds lang donker kastanjebruin
krullend haar en ze droeg het altijd loshangend. Tijdens het praten was ze
voortdurend bezig met haar haren. Een uitroep van vertwijfeling werd
gevolgd door het met twee handen omhoog gooien van haar nekharen. Een
peinzend betoog werd omlijst met het in krullen draaien van de lokken langs
haar slaap. Als ze iets uitdagends of ondeugends vertelde maakte ze
ondertussen met haar handen een paardenstaart, die ze terwijl ze op reactie
wachtte abrupt los liet, zodat de krullen op haar schouders dansten. Een
zware discussie liet haar haardos achter in een gigantische warboel door
het gewroet van haar vingers. Meestal droeg Margot lange wijde rokken in
paarstinten en blouses in het wijde kielmodel. Ze was wars van elke
opvoeding en etiquette en deed precies waar ze zin in had. Francien dacht
aan al die keren dat ze haar haren geborsteld had, wat Margot meestal luid
gekreun van genot ontlokte. Ze had een heel gevoelige hoofdhuid en vond het
zalig als die gemasseerd werd. Het laten kammen en borstelen van de
weelderige haarbos vond ze verrukkelijk.
HOOFDSTUK 5
WORDT
VERVOLGD
|