tekstbureauSchrijfZin

 

zwanenveld 6142 - 6538 px - nijmegen - 024-6634767/06-14433669-lees@schrijfzin.nl


 

 

 

 

 

 

 

  

HOOFSTUK 1

Bonjour madame. Gebukt onder zware rugzakken liepen twee jongens hijgend voorbij. Francien zit aan het pad van de Gr 10, de Grande Randonnée, de wandelroute die dwars door Frankrijk loopt. Ze ziet zichzelf even door de ogen van de jongens. Een oude vrouw met een strooien hoed, een geruite blouse in overhemdmodel en een lange, korte broek zittend op een steen met allerlei teken attributen om zich heen. Francien kijkt omlaag naar haar bruine benen. Nog best gespierd, alleen de huid is wat droog en rimpelig en vertoont ouderdomsvlekken. Haar voeten steken in parmantige rode wollen sokken en bergschoenen met stevige profielen. Het zijn beste benen en voeten, ze hebben haar naar menig bergtop gedragen. Francien is haar hele leven dol op bergen geweest, alhoewel ze in het vlakke Nederland is geboren. In de bergen voelt zij zich pas echt thuis.

La vie sexuelle de ...., het seksuele leven van... dat zinnetje blijft door haar hoofd spelen sinds ze vanmorgen die boektitel las in de winkel waar ze haar krantje kocht. Behalve de krant had ze wat ansichtkaarten uitgezocht en even rond gekeken in de winkel; toen had ze dat boek zien liggen. Ze had het niet eens opgepakt en wist ook niet meer om wiens leven het ging, alleen dat zinnetje bleef maar hangen. 

Nu zit ze op een bergweide in de Pyreneeën. Op de top van de wereld, dacht ze inwendig grinnikend. Had ze in ieder geval toch een top bereikt. Ze kijkt over de weide en geniet van de bloemenweelde. Ze ziet talloze zeldzame planten die hier helemaal niet zeldzaam lijken en groeien als onkruid. Wilde orchideeën en alpenroosjes. Tussen de rode klaver ontdekte ze vrouwenmantel. Ze denkt aan haar vroegere tuin waar de vrouwenmantel het dik won van het onkruid. Fantastisch spul, met de mantel der liefde werd alles bedekt. Vrouwen zijn sterk bedenkt Francien, net als vrouwenmantel, ze overleven alles en ze bedekken veel met mantel der liefde. Ze kijkt naar het blad van de plant dat fungeert als kommetje voor de dauwdruppels. In de zon glinsteren de druppels op de bladeren als diamanten. In de hete zon zijn het kostbare druppels vocht, waaraan insecten zich laven.

Net zoals vrouwen altijd blijven zorgen, dacht ze peinzend. Altijd zorgen voor kinderen, mannen, familie en vrienden. Ze denkt aan haar eigen vriendinnenclub die door de jaren heen steeds hechter geworden was.
Francien denkt terug aan Bett met wie ze samen de vrouwenmantel had geplant. De hele tuin hadden ze zelf ontworpen en aangelegd. Negentien jaar lang zijn ze gelukkig geweest in die tuin. La vie sexuelle ...., hoe lang was het niet geleden dat ze gevrijd had? Het was nu 5 jaar geleden bijna op de dag af. Op haar 65e verjaardag op 7 september.

Toen was ze gegaan, Bett, na 19 jaren lief en leed te hebben gedeeld. Gewoon gegaan en nu leeft ze al vijf jaren als een non. Nou ja niet helemaal, ze noemt zichzelf monoseksueel en vrijt met zichzelf. Oh, oh, oh, als haar moeder dit wist denkt ze ondeugend. Ze is opgevoed met Victoriaanse hand. Dat betekent dat als je jeuk in je kruis had dan werd je hand weggeslagen met de woorden: "niet doen vies kind". In bad kreeg ze een soort hemd aan met een koord rond de hals. Zo kon je jezelf niet zien en moest je je op de tast onder het hemd wassen. "Meisje zit met je knieën bij elkaar", zei moeder vaak. Lang had Francien niet begrepen waarom ze op haar rug met haar handen boven de dekens moest slapen. Zodra moeder haar had ingestopt en de deur had dichtgetrokken ging ze op haar buik liggen. Met een schuldgevoel stopte ze dan haar handen tussen haar dijen, want dat was nu eenmaal haar slaaphouding. Het had haar jaren gekost om over de aangeleerde gêne voor haar eigen lichaam heen te komen en onbezorgd te kunnen vrijen. Dat was eigenlijk pas gekomen toen ze had gekozen voor een lesbisch leven.

Babette had haar verlaten op haar 65e verjaardag, een geweldige dramatische timing; daar was ze erg goed in. Bett wilde ze genoemd worden. Ze was 8 jaar jonger dan Francien. Op haar 57e had ze gebruik gemaakt van een regeling om vervroegd uit te treden. Ze was lerares en in het onderwijs waren er speciale mogelijkheden. Francien en Bett hadden plannen gemaakt om in Frankrijk een huisje te kopen ergens in een gebied met bergen en een warmer klimaat. Na de pensionering van Francien zouden ze zich daar gaan vestigen. Na haar laatste schooldag was Bett enorm veranderd. Ze kon haar draai niet vinden, wist met haar tijd geen raad en zat maar thuis te kniezen. Francien had geprobeerd haar op te vangen. Ze had leuke dingen bedacht, gezellige uitjes georganiseerd, mensen te logeren gevraagd maar niets hielp echt.

Toen was Bett's vader plotseling overleden. Hij was 87 dus hij had wel de leeftijd maar Bett hing vreselijk aan haar vader. Haar moeder was jong gestorven en haar enige broer was als kind verdronken. Pa en Bett hadden zich aan elkaar vastgeklampt. Nu was pa Rademaker een fantastisch mens geweest. Een prachtige statige man met een grote snor en een bulderende lach. Gezellig, zeer intelligent en met een bijzonder gevoel voor humor. Hij was echter grootgebracht met standvastigheid in het vaandel en hield zich daar zijn hele leven aan vast, als ware het een anker. Hij leek een brok graniet, maar was eigenlijk een zandtaartje. Bang hulpeloos en gevoelig, maar die kant van zichzelf liet hij nooit zien. Francien had hem vanaf het begin doorgehad en kon op de een of andere manier door zijn façade heen kijken. Ze had goed met hem op kunnen schieten en had veel van de man gehouden.

Babette zag alleen het graniet, haar pa de rots in de branding. Jammer dat diezelfde rots haar belemmerd had in haar groei en haar belet had volwassen te worden. Ze was veel te veel beschermd en had daardoor niet geleerd tegenslagen te verwerken. En nu was pa dood en Babette stortte volkomen in. Ze zat maar voor zich uit te staren en liet zich volkomen gaan in haar depressiviteit.

Francien was radeloos geweest, ze kon niets doen om haar te helpen, behalve er gewoon voor haar zijn. Het laatste jaar voor haar pensionering was haar daarom zeer zwaar gevallen. In ieder geval was haar baan steeds moeilijker vol te houden geweest. Ze was in het werk gerold, omdat er destijds niets anders te krijgen was en ze toch geld moest verdienen na haar scheiding. Ze had bijna 20 jaar op de boekhouding van de koekjesfabriek gewerkt . Kantoorwerk waar ze weliswaar geen hekel aan had maar waardoor haar creativiteit volkomen was lamgelegd. Francien had die laatste jaren 's avonds gewoon geen fut meer gehad om nog te schilderen. Daar kwam nog bij dat Bett een hekel had gehad aan verf­lucht in huis. Dus om de lieve vrede was ze gaan aquarelleren, maar dat lag haar eigenlijk niet zo.

Franciens gedachtegang wordt onderbroken door een enorme libelle, geel met zwart en een dubbele rij vleugels. Hij is wel 7 cm lang en snort als een helikopter. Hij rust een hele poos uit op een blad zodat zij hem heel goed kan bekijken. Snel maakt ze een schets en toen begon hij weer te dansen over de bloemen. Hij schiet van links naar rechts en dan loodrecht omhoog. Vergeleken met een vliegtuig of helikopter leken het onmogelijke vliegbewegingen. Het leek meer op de beschrijvingen van vliegende schotels.

Wat een ongelofelijk mooie wereld hier. Geen mens te bekennen, alleen ik, denkt Francien intens gelukkig, ik en de toppen van de Pyreneeën, de bloemen en plantenweelde, de zeldzame vlinders en insecten en misschien nog een laatste bruine beer.

HOOFDSTUK 2

Ze staat op en daalt af naar het snelstromende beekje. Ze zet zich op een platte steen aan de rand en tuurt naar de overkant. De grote rotsblokken zien eruit als dieren. Francien knijpt haar ogen tot spleetjes en ziet in de voorste steen een hondenkop. Daarnaast is een muisje water aan het drinken met naast zich een ondeugende apenkop die een toefje gras als punkhaar op zijn kop heeft staan. Ze lacht zacht en begint te schetsen. Ze dikt de dierfiguren wat aan en geeft ze een vrolijke uitspraak. "Als je al het water opdrinkt gooi ik je erin, leek de apenkop te gillen. De sullige hond mijmert vaag "hier klopt iets niet" . Tijdens het tekenen komt er spontaan een verhaaltje bij Francien op. Ze schrijft het naast de tekening. Haar kleinkinderen weten al dat ze tussen haar serieuze schetsen dit soort opwellingen heeft en ze kijken altijd met verwachtingsvolle ogen naar haar schetsboek.
Terwijl ze de tekening afwerkt en de hond nog een wat sulliger laat kijken, denkt ze aan Daan met haar honden. De sullige Newfoundlander en de overactieve Mechelse herder. Hoe zou het gaan onderweg. Ze verheugt zich op de komst van Daan. Diana wordt het liefst Daan genoemd en is een van de vriendinnen die haar zo machtig gesteund hebben na het plotselinge verdwijnen van Bett in september bijna 5 jaar geleden.

Die dag staat van minuut tot minuut in haar geheugen gegrift, zo vaak heeft ze deze in gedachten herbeleefd. Keer op keer is ze bij zichzelf nagegaan of ze echt geen voortekenen heeft gezien. Bett is een paar weken voor Francien's 65e verjaardag ontwaakt uit haar lethargie. Francien's verjaardag en haar laatste werkdag vielen in dezelfde maand.  Het leek Francien leuk haar 65e verjaardag en haar vrijheid te vieren, verlost van de werkverplichting. Ze had meer vrijheid gekregen dan ze bedoeld had.

Als verrassing had Bett een gigantisch feest georganiseerd. Ze had een zaal gehuurd in het hotel Boslust, had een swingend bandje geregeld en een warm en koud buffet aan laten rukken. Alle vriendinnen, kennissen, familie en collega's van Francien waren uitgenodigd. Het was een fantastisch gezellig  feest geweest. De hele lesbische vriendinnenclub was gekomen en toen de meer oppervlakkige kennissen rond twaalven aftaaiden feestten de intimi nog door tot in de kleine uurtjes. Francien had genoten van alle aandacht. Ze had gedanst tot ze niet meer kon en gelachen tot ze de hik kreeg. Bett had een kamer gehuurd in het hotel, de bruidssuite. Francien had in een deuk gelegen van het lachen. Het hele feest had toch wel een beetje van een bruiloft gehad en toen nog die bruidssuite erbij. Bett en zij hadden elkaar bemind in het ronde waterbed; een verrukkelijke vrijpartij. Francien had een intense emotie gevoeld en gedacht als ik nu sterf dan is dit het meest fantastische einde dat ik me voor kan stellen. Het was wel een einde maar dat wist ze toen nog niet. Doodmoe maar intens bevredigd waren ze in elkaars armen in slaap gevallen.

De volgende morgen werd Francien, met het feestgedruis nog in de oren en de geur van  haar geliefde in haar neus wakker. Ze kreunde bij de herinnering en opende haar ogen. Ze lag alleen in bed. Op het kussen naast haar lag een envelop met haar naam erop. Haar hart werd ijskoud toen ze hem oppakte.

De brief was kort.
 "Als je dit leest ben ik weg. Ik weet zelf nog niet goed waarom. Een ding wil ik dat je weet...er is geen andere vrouw. Ik hou van jou, meer dan ik ooit van iemand zal houden, maar ik kan zo niet verder. Kom me niet achterna, zoek me niet want dat wil ik niet.
Voor altijd je Bett.
PS 1 Misschien moet ik nog wel volwassen worden.
PS 2 Als je room service belt dan brengen ze je het Engelse ontbijt waar je zo van houdt.

Nou dat moest ze dan maar doen dacht Francien. Eten hielp altijd als ze zich rot voelde. Ze had vaak last van ver­traag­de reactie en reageerde in eerste instantie meestal verstan­de­lijk. Perfect in noodsitu­aties maar lastig als de emoties later keihard terugsloegen. Bett wist dit en had voor opvang gezorgd.

Het ontbijt werd gebracht en in het kielzog van de ober volgden Lieve en Martijn. Twee van haar beste vriendinnen. Perfect uitgekozen door Bett, allebei werkten ze in de verple­ging. Martijn zelfs in de psychische gezondheidszorg. Lieve met haar bijzondere Belgische gevoel voor humor en haar nuchtere kijk op het leven. Toen ze binnenkwamen voelde Francien een stuk jaloezie. Verdorie, Bett had hen wel in haar complot betrokken. De fijngevoelige Lieve kon kennelijk gedachten lezen, want voor ze groette zei ze "Schat wij weten het ook pas net. We werden wakker en ontwaarden op de deurmat een briefke. Ik zei nog tegen mijn zoeteke, dat is de rekening, Bett wil de kamer bij nader in zien toch niet betalen. Een aantal vriendinnen die ver hadden moeten reizen om op het feest te komen hadden op kosten van Bett mogen overnachten in het hotel. Bett had geld ge­noeg, haar vader was een vermogend man en zij was de enige erfgename. Waar Lieve op duidde was de krenterigheid van Bett. Dat mens was zo zuinig, bij het absurde af en dat was natuur­lijk bekend bij alle vriendinnen. Rondjes geven deed ze bijvoorbeeld nooit. Iets dat voor een Belgische al helemaal niet te begrijpen was.

Francien moest ondanks alles lachen om de guitige kop van Lieve en het overbezorgde gezicht van Martijn die afwachtte hoe de opmerkingen van Lieve zouden uitvallen. Wat hadden ze haar gesteund en opgevangen die meiden. Samen met de rest van de vriendinnen vormden ze een cirkel om Francien heen. Zoals een kudde koeien die hun jong beschermen. Ze had dat pas later begrepen toen ze uit haar verdoving ontwaakte. De eerste paar weken had ze met haar ziel onder haar arm in huis rondgelopen. Toen had ze zichzelf gedwongen om weer te gaan schilderen. Al haar emoties had ze op het doek gekwakt. Twintig doeken waarop woede teleurstelling gekwetstheid en verdriet te zien zijn. Met uitzondering van acht werkstukken waarop ze haar positieve gevoelens had geuit. Geluk, geborgenheid en seksuele intensiteit. Twintig werkstukken die een relatie weergaven die 19 jaar had geduurd.

HOOFDSTUK 3

Een deel van de serie schilderijen wordt op dit moment geëxposeerd in Amsterdam in Galerie Par­dout. De expo­sitie geeft een overzicht van haar werk. In de afgelopen jaren was er opeens be­lang­stelling ontstaan voor haar surrealistische manier van schilderen. Nou ja opeens, dacht Francien, het was natuurlijk voornamelijk te danken aan de inzet van Anouk. Anouk Visser runde de galerie en had heel veel energie gestoken in het promoten van Franciens naam. Francien wilde eigenlijk nooit werk verkopen. Haar schilderijen waren haar dier­baar en vorm­den voor haar een stuk herinnering. Tijdens haar huwelijk was schilderen de enige uitvlucht­moge­lijkheid ge­weest. Haar echtgenoot vond het wel inte­ressant staan tegenover zijn vrienden en zaken­relaties, een kunstzinnige vrouw. Het gaf hem een vleugje ‘bon vivant’; de echtge­noot van een schilderes. Maar hij had geen waar­dering voor haar werk en noem­de ze gering­schat­tend verfstukjes. Eigenlijk wilde hij het liefst alleen een huis­vrouw en een moeder voor zijn kinderen.
Natuurlijk was ze getrouwd dacht Francien nijdig. Haar hele lesbisch leven had ze die vraag van jonge lesbo's die er niets van begrepen moeten beantwoorden. Jonge vrouwen opgevoed in een tijd van seksuele voorlichting en openlijk levende hom­seksuele mannen en vrouwen. Zij konden zich niet voorstellen dat het zo’n 50 jaar geleden nog zo heel anders was. Homoseksu­aliteit bestond niet en eigen­lijk bestond sek­sualiteit ook niet. Toen Francien voor het eerst ongesteld werd en dacht dat ze dood­bloed­de toen had haar moeder doodleuk gezegd dat ze nu een groot meisje was en nu moest oppassen voor jongens. Nou ze paste wel op voor jongens, maar ze begreep niet waar­voor. Van vriendin­nen hoorde ze dat jongens iets hadden wat meisjes niet had­den. Maar wat dat was, werd niet echt duidelijk.
Toen ze naar de middelbare school ging veranderde er opeens iets in het sociale gebeuren. Er werd niet meer met de jongens samen gespeeld. De jongens en de meisjes wer­den strikt gescheiden gehouden. Er was een jongens hbs en een meisjes mms.  De scholen lagen tegenover elkaar, maar de pauzes begin- en eindtijden waren niet gelijk. Haar vriendinnen kregen opeens giechelneigingen als er jongens in de buurt kwamen. Francien voelde zich in die tijd erg alleen. Ze was anders, er was iets maar ze kon het abso­luut niet benoemen. Francien richtte zich op de aandacht die ze kreeg van haar Franse lerares mademoiselle Jumot. Je mag met wel Bernadette noemen had ze gezegd tijdens een van de bijlessen in conversatie Frans. Franciens moeder was erg Frans georiënteerd en vond het niveau van de school wat Frans betrof veel te laag. Francien kreeg daarom de laatste drie jaar van de mms  2 uur per week bijles. Het liefst had haar moeder haar naar een Franse internaten gestuurd, maar gelukkig had haar vader dat voorkomen. Francien hing aan de lippen van Bernadette,  niet vanwege haar liefde voor de taal, maar uit genegenheid voor de juf.  In de Franse les spraken ze over allerlei onder­wer­pen. Na een poosje moedigde Bernadette haar aan om ook over persoonlijke onder­werpen te praten. Ze kregen een vertrouwensband en in de ­ge­sprek­ken kon Fran­cien  een hoop van haar onze­ke­re gevoe­lens kwijt. Ze kreeg er wijze levenslessen voor terug. Het contact tussen de twee vrouwen was heel warm en intens geweest. Maar helaas in te­genstelling tot de boeken van Violet Leduc volkomen platonisch gebleven. Alleen de afscheidskus die zou Francien nooit vergeten.
Na het diploma uitreiken had Bernadette haar meegenomen naar haar leslokaal, waar ze uit haar kast een pakje haalde. Het was duidelijk een feeste­lijk ingepakt boek. Licht blo­zend had juf Bernadette het pakje aan Francien overhandigd en gezegd dat ze het thuis pas mocht openmaken. Ze had erbij ge­zegd; “ik hoop dat je wat hebt aan dit boek en ik wens je heel veel geluk in je verde­re leven. Ik vond het heel fijn om jou als leerling te hebben en ik hoop dat je de Franse taal altijd een warm hart zult toedra­gen en dat je af en toe nog eens aan mij zult denken”. Fran­cien had geen woord uit kun­nen bren­gen zo ont­roerd was ze. Ze had Bernadette vastge­pakt en haar in een opwel­ling op de lippen gekust. Juf Benadeel sloeg haar armen om haar leerlinge heen en trok haar een moment dicht tegen zich aan. Ze beantwoorden de kus met zoveel tederheid en passie dat Francien nog vlinders in haar buik als ze er na al die jaren aan terug dacht. Toen ze thuisgekomen het pakje openmaakte bleek het een boek te bevatten van Violet Leduc, Theresa en Isabelle. Het boek vertelde over een ge­heime liefde tussen twee kostschoolmeisjes en Francien las het verhaal met rode oortjes. Toen pas begreep ze dat haar gevoelens voor mademoiselle Bernadette verliefdheid kon noemen.

Tijdens haar middelbare schooltijd wilde Francien absoluut niet uit de toon vallen. Ze voelde zich anders maar wilde gewoon zijn en erbij horen. Ze probeerde mee te doen met haar vriendinnen in hun gezwijmel over jongens en deed net of ze een oogje had op Kareltje Baalmans. Kareltje had zijn haar heel kort geknipt in stekeltjes. Hij was haar buurjongen en ze hadden al in de box samen gespeeld. Kareltje was intussen uitgegroeid tot Karel een lange tengere jongen met een innemende glimlach. Hij had prachtige hel­blauwe ogen met lange donkere wimpers, wimpers waarop Francien al haar hele leven jaloers op was. Nee, ze was niet met Karel getrouwd. Karel was nooit getrouwd en woonde al veertig jaar samen met Emile. Nee, Francien was aan Jacob blijven hangen. Jacob ontmoette ze op het debutantenbal. Haar moeder had maandenlang gezeurd over dat bal. Dat het een voorrecht was om er heen te mogen en dat het zo'n mooie gelegenheid was om geïntroduceerd te worden in het uitgaansleven. Dat het zo'n mooie kans was om gelijkgestemde jonge mannen te ontmoeten en zo ging het maar door. Francien wist heel goed dat de meisjes op het bal zo'n beetje uitgehuwelijkt werden aan de jongens van stand. Want stel je voor dat je op een putjesschepper verliefd werd, dat kon echt niet. Nee een huwelijk van geld met geld dat was het mooiste. Haar moeder had het juist zo belangrijk gevonden voor haar dochter omdat Francien zo'n een afkeer had van de rijkeluiskliek zoals zij dat noem­de.
Haar moeder was blijven aandringen dat ze naar dat bal zou gaan. Uiteindelijk was ze het zo zat geworden dat ze haar moeder toegeschreeuwd had dat ze zelf maar moest gaan als ze het zo leuk vond. Zij, Francien had er geen zin in om in zo'n poppenjurk met een kroontje op haar hoofd een hele avond te dansen met een of andere jan doedel. Haar moeder was gaan huilen en Francien was daar erg van geschrokken want ze had haar moeder nog nooit zien huilen. Ze had vreselijke spijt van haar uitbarsting en om het goed te maken had ze toegezegd. Moeder was volkomen opgeleefd. Het was 6 weken voor de datum van het bal. Er moest een baljurk komen. De naaister werd ontboden en er werden diverse rollen gele stof gebracht. De keus viel op een zachtgele voile en een iets feller gele satijn voor de onderjurk. Moeder wist precies hoe de japon er uit moest zien. Een prinsessenlijn met een hoge taillenaad en een wijd uitwaaierende rok. Ze kreeg witte satijnen schoenen met een hakje en een bijpassend avondtasje. Ze mocht de diadeem met de groene sma­rag­den van haar groot­moe­der dragen. Als finishing touch kreeg de gele jurk een groene strik in de kleur van smaragd. Iedereen riep oh, ah. Francien voelde zich net een boterbloem. Toch werd ze wel enigszins aangestoken door de opwinding die haar groot­moeder en moeder bevangen had. Ook de bewondering van pa en van haar broers liet haar niet koud. Toen haar danspartner arriveerde met een witte orchidee als corsage en zij zag dat zijn handen trilden toen hij haar de bloem overhandigde sprong haar hart op. Jacob was zo verlegen dat ze de hele avond druk was met het op gang houden van de conversatie en het voorkomen dat hij blunderde. Als vanzelf was ze over hem gaan moederen, alsof het een broertje was waarop ze moest letten.

HOOFDSTUK 4

Na het bal was Jacob verliefd op Francien en hij besteedde twee jaar om haar het hof te maken. Francien vond het wel prettig tegenover haar vriendinnen om ook een vriendje te hebben. Ze zat nu nooit meer verlegen om een danspartner en ze mocht van haar ouders opeens overal heen, tenminste zolang Jacob haar maar begeleidde en ze niet alleen waren. Ze hadden wat afgefeest. Ze bezochten theaters en cabarets en er waren altijd volop uitnodigingen voor huispartijtjes, etentjes en muziekavondjes. Ze had zich er volledig ingestort. Haar drukke sociale leven zorgde ervoor, dat ze niet voort­du­rend aan Berna­dette hoefde te denken. Op de rustige momenten woedde in haar een heftige tweestrijd. Haar ene helft , haar gevoel wilde naar haar toe en de andere helft de verstandelijke wist dat ze Bernadette is een onmogelijke positie zou brengen. Gelukkig durfde ze ook niet echt toe te geven aan haar gevoel, maar haar dromen waren heftig en intens. Menig morgen werd ze nat van het zweet en doodmoe wakker.

Na twee jaar verkering wilde Jacob zich gaan settelen. Hij was als jurist werkzaam bij een advocatenkantoor en was de eerste moeilijke jaren doorgekomen. Van hun vriendenclub verloofden het ene na het andere stel zich. Sommigen waren zelfs al getrouwd. Ook de familie maakte steeds vaker toespelingen op een komend huwelijk. Er was geen ontkomen aan. Jacob vroeg haar ten huwelijk en Francien bedenktijd. Na een week van slapeloze nachten kwam ze tot een verstandelijke beslissing. Ze had met Jacob een vriend­schappelijke band opgebouwd en ze had het slechter kunnen treffen. Hij hield van haar en zij had respect voor hem. Hij had ook respect voor haar getoond want zijn fysieke avances waren beperkt gebleven tot hand in hand lopen en een paar keer een klein afscheidskusje. Francien dacht ik red het wel. Toch wilde ze nog wat uitstel. Ze besprak met Jacob dat hij zich beter eerst helemaal aan zijn advocatenopleiding zou kunnen wijden en daarna pas een gezin stichten. Zo stelde ze het huwelijk nog een paar jaar uit. Wel waren ze officieel verloofd. Haar ouders organiseerde een geweldig verlovingsfeest voor familie en vrienden. Ze straalde want ze vond het wel spannend. Verloofd zijn gaf ook een bepaalde status. Ze hoefde niet meer voortdurend gechaperonneerd te worden en dat gaf haar een stuk vrijheid. Ze ging regelmatig met vriendinnen theedrinken en winkelen. Alles voor de uitzet natuurlijk wat een geweldig excuus bleek tegenover moeder. De bruiloft zelf werd een feest waar nog jaren over gepraat werd. Vader maakte er een zakelijke aangelegenheid van. Met het huwelijk van zijn dochter wilde hij zijn naam stevig vestigen in de hogere kringen. De gastenlijst bestond uit de hele High Society. Voor de bruidsjurk werd een speciale zijde geïmporteerd en hij werd speciaal ontworpen. Francien’s moeder liep maandenlang stralend maar gespannen als een veer rond. Enerzijds tobbend of alles goed geregeld zou zijn en anderzijds opgetogen omdat zij als moeder van de bruid de belangrijkste schakel was.
Francien dacht terug aan die tijd voor het huwelijk. Die periode was voor haar een donkere tijd geweest, overschaduwd door twijfel. Ze wist het moment nog dat ze besloot dat ze ermee door moest gaan omdat er anders zoveel mensen teleurgesteld zouden worden. Maar voor het altaar toen op haar jawoord werd gewacht, kon ze geen woord uitbrengen. Uiteindelijk had ze maar geknikt. Iedereen had het toe­geschreven aan de zenuwen, maar niemand, helemaal niemand wist wat er in haar was omgegaan op dat moment. Voor haar gevoel tekende ze haar eigen doodsvonnis. Haar hele wezen had geschreeuwd dat het fout was wat ze deed.

Toch was het niet eens een slecht huwelijk geweest. Ze lieten elkaar volkomen vrij, dat was de afspraak. Zij baarde hem drie kinderen en hij nam een maîtresse.
In bed onderging zij haar huwelijkse plichten. Jacob kreeg het niet voor elkaar om haar ervan te laten genieten, dus ze deed maar alsof. Daarmee was hij tevreden. Na het tweede kind had Francien er genoeg van. Ze vond twee kinderen prima en hoorde toevallig van de me­thode temperaturen. Zeker geen waterdichte methode. En een die alleen goed werkt als de cyclus heel regelmatig is. Dat bleek bij Francien niet het geval. Er kwam dus nog een derde kind. Fran­cien kreeg daarna heel vaak hoofdpijn, vooral ’s avonds! Uiteindelijk begreep Jacob het en had hij zijn heil elders gezocht. Tot zover mijn heteroseksuele leven, dacht Francien zonder weemoed.

In diezelfde tijd, vlak na de geboorte van Kyra, haar jongste dochter had Francien teken­les genomen. Ze had een uitlaatklep nodig voor haar opgekropte gevoel, maar wilde ook de techniek goed onder de knie krijgen. Eerst nam ze les bij een oude tekenleraar die haar de dingen bijbracht als vlakverdeling, leren kijken en lichtval. Ook besteedde hij heel veel lessen aan perspectief. Ze leerde veel maar het was saai. Toen de man plotseling overleed ging Fran­cien op zoek naar een nieuwe leraar. Via via kwam ze terecht bij Margot.

Francien staat op van de steen bij de beek. Het wordt kil in de schaduw en als een kat zoekt ze naar een zonniger plekje. Ze loopt voorzichtig door de bergweide en zet haar voeten in de zware bergschoenen zorgvuldig neer. Ze heeft het gevoel dat ze door een bloementuin loopt en vind het een afschuwelijk idee om argeloos allerlei zeldzame plantjes te vertrappen. Een felgeel vlindertje landt op haar blouse. Een van de tientallen vlinder­soor­ten die hier rondvliegen. In een oogopslag ontwaart ze al zeven verschillende soor­ten. Die kleine blauwtjes strijken met zijn tienen tegelijk neer op een polletje mos en lijken zo samen op een Kaaps viooltje. Slim van ze.
Bonjour, ze schrikt op uit haar gedachten door een menselijke stem. Weer een wandelaar behangen met rugzak, tent,  slaapzak en rammelende potten en pannen passeert Fran­cien puffend en zwetend. Dit pad is onderdeel van de Grand Randonnée, wist Francien. Er komen regelmatig van dit soort uitslovers langs. Francien zelf heeft diverse stukken van het traject gelopen en ze weet dat vooral dit stuk van het zware parcours zeer de moeite waard is door de prachtige en unieke uitzichten. Ze groet glimlachend terug. De brede glimlach die de herinneringen aan Margot heeft opgeroepen. Margootje, Margootje mijn kleine cupi­dootje zong ze zachtjes naar het liedje van Wim Sonneveld.

Margot is een mooie vrouw, bruisend en intens levend. Heel direct in haar benadering en oprecht in haar verbazing over anderen. Ze had destijds lang donker kastanjebruin krullend haar en ze droeg het altijd loshangend. Tijdens het praten was ze voortdurend bezig met haar haren. Een uitroep van vertwijfeling werd gevolgd door het met twee handen omhoog gooien van haar nekharen. Een peinzend betoog werd omlijst met het in krullen draaien van de lokken langs haar slaap. Als ze iets uitdagends of ondeugends vertelde maakte ze ondertussen met haar handen een paardenstaart, die ze terwijl ze op reactie wachtte abrupt los liet, zodat de krullen op haar schouders dansten. Een zware discussie liet haar haar­dos achter in een gigantische warboel door het gewroet van haar vingers. Meestal droeg Margot lange wijde rokken in paarstinten en blouses in het wijde kielmodel. Ze was wars van elke opvoeding en etiquette en deed precies waar ze zin in had. Francien dacht aan al die keren dat ze haar haren geborsteld had, wat Margot meestal luid gekreun van genot ontlokte. Ze had een heel gevoelige hoofdhuid en vond het zalig als die gemasseerd werd. Het laten kammen en borstelen van de weelderige haarbos vond ze verrukkelijk.

HOOFDSTUK 5

WORDT VERVOLGD

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

LA VIE
Het
leven van
een lesbienne in
 de vorige eeuw

door Liesbeth van Kerkoerle

 

Het verhaal van een oude dame     die aan het eind van haar leven terugkijkt op haar lesbische leven in de vorige eeuw. Dit verhaal is geschreven begin jaren negentig.